25-02-09

OPEN TUINEN 2009

copy OO5 2.2
Ook dit jaar gaan de tuinpoorten traditiegetrouw open in het laatste weekend van juni, dit jaar 27 en 28 juni: het Open Tuinen-weekend van de Landelijke Gilden. U bent dan welkom van 10.00-18.00u. Het thema dit jaar is "Vaste planten" en die zult u in de tuin ruimschoots aantreffen, zowel bekende als minder bekende.

Ook op zondag 26 juli hebben we Open Tuinen. Dan verwelkomen we van 10.00-18.00u  in het bijzonder de leden van de vereniging Open Tuinen van België, maar ook andere bezoekers zijn van harte welkom.

Groepen en groepjes zijn na afspraak welkom.

Toegang: €2 ten bate van het Restauratiefonds van de St. Martinusbasiliek te Halle.

Adres: Steenstraat 33A, 1500 Halle

Info: elsrammeloo@hotmail.com of 02/356 01 76

 

15:21 Gepost door Els | Permalink | Commentaren (0) | Tags: open tuinen |  Facebook |

05-06-08

Een nakomertje: Salvia uliginosa

DSCN 0893-copy

 

Het mooie meiweer, met voldoende zon en op gepaste tijden regen, heeft ervoor gezorgd dat de borders in geen tijd gevuld raakten; sommige planten “zag” je bijna groeien.  Dat gold niet voor Salvia uliginosa. Dat is altijd al de laatste plant die in het voorjaar tevoorschijn komt, maar dit jaar duurde het wel érg lang. De plant, afkomstig van Uruguay en Brazilië, is bij ons niet helemaal winterhard. Hij maakt gemakkelijk uitlopers, waarvan ik in de herfst altijd een stuk afsteek en in de koude serre laat overwinteren. In volle grond dek ik hem in het late najaar af met droog blad. Dit jaar vertoonde ook het stuk in de serre geen teken van leven; hadden de koude nachten rond half april  de ontluikende plant (nog ondergronds) de das omgedaan? 
Gelukkig had ik niet zo gauw iets bij de hand ter vervanging, want vorige week, op 28 mei, staken  beide planten de kop op, terwijl Geranium ‘Orion’ ernaast zijn eerste bloemblaadjes al liet vallen.

DSCN0895 copy    s.uliginosa verkleind

 

 

 

Salvia uliginosa groeit in zon tot halfschaduw in een bodem die in de winter niet te nat mag zijn. Maar zoals gezegd: een stuk afsteken en met grond en al op een droge plek bewaren, gaat prima. De Engelse naam “Bogsage” doet vermoeden dat de plant graag vochtig  staat, maar in heel wat catalogi lees je dat hij de voorkeur zou geven aan zanderige grond. Bij ons staat de plant in met zand en compost luchtiger gemaakte leemgrond, op een kleine helling tegen winterse natte voeten. Ik plantte hem destijds vlak bij een groep riddersporen, om de leegte die deze na de bloei achterlaten, snel op te vullen. Want eenmaal aan de groei gaat het snel. De plant wordt twee meter hoog en één meter breed en heeft elegant overbuigende takken die van augustus tot oktober helderblauwe bloemetjes hebben en zich over de buurplanten heen buigen. Ondanks zijn hoogte heeft hij weinig of geen steun nodig, tenzij vroege herfststormen verwacht worden. Een paar stokken en binddraad kunnen dan uiteenwaaien voorkomen. Ze worden best zo snel mogelijk weer verwijderd om de elegantie van de plant niet te verstoren.

15:25 Gepost door Els in De punt | Permalink | Commentaren (0) | Tags: salvia uliginosa |  Facebook |

Een nakomertje: Salvia uliginosa

DSCN 0893-copy

Het mooie meiweer, met voldoende zon en op gepaste tijden regen, heeft ervoor gezorgd dat de borders in geen tijd gevuld raakten; sommige planten “zag” je bijna groeien.  Dat gold niet voor Salvia uliginosa. Dat is altijd al de laatste plant die in het voorjaar tevoorschijn komt, maar dit jaar duurde het wel érg lang. De plant, afkomstig van Uruguay en Brazilië, is bij ons niet helemaal winterhard. Hij maakt gemakkelijk uitlopers, waarvan ik in de herfst altijd een stuk afsteek en in de koude serre laat overwinteren. In volle grond dek ik hem in het late najaar af met droog blad. Dit jaar vertoonde ook het stuk in de serre geen teken van leven; hadden de koude nachten rond half april  de ontluikende plant (nog ondergronds) de das omgedaan? 

 

Gelukkig had ik niet zo gauw iets bij de hand ter vervanging, want vorige week, op 28 mei, staken  beide planten de kop op, terwijl Geranium ‘Orion’ ernaast zijn eerste bloemblaadjes al liet vallen.

Salvia uliginosa groeit in zon tot halfschaduw in een bodem die in de winter niet te nat mag zijn. Maar zoals gezegd: een stuk afsteken en met grond en al op een droge plek bewaren, gaat prima. De Engelse naam “Bogsage” doet vermoeden dat de plant graag vochtig  staat, maar in heel wat catalogi lees je dat hij de voorkeur zou geven aan zanderige grond. Bij ons staat de plant in met zand en compost luchtiger gemaakte leemgrond, op een kleine helling tegen winterse natte voeten. Ik plantte hem destijds vlak bij een groep riddersporen, om de leegte die deze na de bloei achterlaten, snel op te vullen. Want eenmaal aan de groei gaat het snel. De plant wordt twee meter hoog en één meter breed en heeft elegant overbuigende takken die van augustus tot oktober helderblauwe bloemetjes hebben en zich over de buurplanten heen buigen. Ondanks zijn hoogte heeft hij weinig of geen steun nodig, tenzij vroege herfststormen verwacht worden. Een paar stokken en binddraad kunnen dan uiteenwaaien voorkomen. Ze worden best zo snel mogelijk weer weggehaald om geen afbreuk te doen aan de elegantie van de plant.

13:00 Gepost door Els in De punt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-03-08

Een nieuwe lente...

DSCN0204 copy

De nieuwe lente nodigt uit tot een nieuw geluid vanuit De Zavelput. Zoals gewoonlijk waren de Helleboris orientalis-hybriden ook dit weer de eerste bloeiers, samen met de sneeuwklokjes. Ze werden op de voet gevolgd door  narcissen, crocussen en ook primula's: dankzij de warme dagen begin februari verschenen ze allemaal samen ten tonele. Maar de storm die vorige week door de tuin raasde, deed zowat alle bloeiende narcissen knakken: jammer!! Het leverde wel handenvol bloemen op voor de vaas, en de bloemen die nog niet open stonden, vingen minder wind en bleven heel. Vannacht zorgden maartse buien voor een laagje sneeuw, dik genoeg om de narcissen diep te doen doorbuigen, maar gelukkig kunnen ze daar tegen, en eenmaal de sneeuw gesmolten veerden ze weer recht. Ook de Epimediums laten hier en daar al eens een frêle bloemetje zien, en overal komen vaste planten boven. Een mens herleeft ervan. Tijd dus om  doorbloeiende struik- en klimrozen te snoeien, en de eenmalige bloeiers, die vorige zomer gesnoeid zijn, nog wat te fatsoeneren. Tijd ook om eenjarigen te zaaien, binnen of in de kas.  Sommige  hydrangea's vertonen al heel wat blad: als dat maar goed gaat, met nog twee maanden mogelijke nachtvorst voor de boeg!
  

 

17:46 Gepost door Els | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lentebloeiers |  Facebook |

31-01-08

Het talud

juni 07, Stefan Jacobs 040 copy

De tuin was vroeger een zandgroeve. Na exploitatie werd de bodem van de put  gedeeltelijk aangevuld met zware leem. Het talud  verbindt het vroegere met het huidige niveau. Boven ligt landbouwgrond, wat verder het Hallerbos. De begroeiïng is er grotendeels spontaan gekomen, we hebben enkel aan de voet wat bomen en bodembedekkers bijgeplant. Op de helling tuinieren ligt niet voor de hand. We beperken ons tot het weghalen van bramen en opdringerig onkruid, zoals kleefkruid o zevenblad.
Op kale plekken hebben we dovenetel en maagdenpalm bijgeplant, evenals diverse geraniums. Het pure zand met alleen bovenop een dun laagje humus, en de steile helling maken dat het talud ongeschikt is voor vochtminnende schaduwplanten of hydrangea’s. Een paar jaar geleden hebben we een houten bak deels ingegraven in het talud en gevuld met een humusrijk mengsel van zand, compost  en tuinaarde waaraan Terra Cottemkorrels werden toegevoegd.. Daar staan nu enkele hydrangea’s in, die bij droog weer een keer per week ruim water krijgen.
 

   
  

 
 
 
 
 
 
Van bij de composthopen leidt een “bergpad”, smal en steil, naar boven. Naarmate we hoger komen krijgen klimop en wilde planten (“Bij ons noemen ze dat onkruid”, zei een ver familielid) de overhand. Helemaal boven hangen slierten klimop soms als lianen in de bomen: een spannend decor voor kinderspelletjes. Uitrusten kan op een bankje, als de duiven je niet voor geweest zijn tenminste. Dankzij het pad krijgt men een goed beeld van een anders bijna vergeten stuk tuin en  een mooi uitzicht op  tuin en –als er geen blad aan de bomen staat- Zennevallei.

 

11:55 Gepost door Els in Het talud | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zandgroeve, talud |  Facebook |

Het talud

De “Zavelput”: getuige van een lange geschiedenis.

Een geologische getuige
De dwarsdoorsnede van de Zennevallei ter hoogte van Halle laat duidelijk zien dat het landschap op de rechteroever van de Zenne gekenmerkt wordt door een dik pak (tot 40 m.) “Brusseliaans” zand, plaatselijk “zavel” genoemd, dat op de Pajottenlandse linkeroever volledig ontbreekt. Het zorgt hier voor hogere heuvelkammen en steile, beboste hellingen. Op basis van de samenstelling ervan wordt aangenomen dat dit zand afkomstig is van een oude Maasdelta, uit de tijd toen de zee nog tot hier reikte en de Maas nog niet van Namen naar Luik afgeleid werd door een grondverzakking.
De grondlagen die in die tijden werden afgezet verlopen nu nog altijd min of meer horizontaal, maar drie opeenvolgende grote IJstijden sculpteerden een sterk heuvelachtig terrein, dat vervolgens door rivierenerosie verder in detail uitgewerkt werd.
De oudste ijstijd haalde de bovenste lagen weg; resten daarvan vindt men nu nog alleen op enkele getuigeheuvels in de streek. De langgerekte heuvelkam boven onze Zavelput, bekend als het “Houtveld”, is in feite een dalbodem uit die tijd, want er bevindt zich een grindlaag onder het leemoppervlak waarvan de keien in de typische positie liggen van rivierbodems. Wat toen het laagste punt was is nu het hoogste punt geworden, precies omdat die grindlaag hier de bodem voor verdere uitschuring behoedde.
De volgende ijstijd schuurde de Zennevallei verder uit tot de hoogte boven St.-Rochus (“Ring”, aan de afrit van de autosnelweg), en de laatste ijstijd legde de rotsen (Kambrium) bloot in het diepste Zennedal in het Halse stadscentrum.

 

 

 

 

De ontsluiting van het gebied
De steile hellingen, eigen aan een zandige ondergrond, en de dunnere leemlaag maakten dat van oudsher het zand praktisch aan de oppervlakte kwam. In prehistorische tijden was dit een erg geschikt landschap voor nomadische herdersvolken en boven op het Houtveld heeft men talrijke getuigen uit die tijd gevonden. Het was echter niet ideaal voor kolonisatie door landbouwers. Daarom maakte het hele gebied tot aan de Zenne, samen het Zoniënwoud, Heverleebos en Meerdaalwoud (allemaal bovenop datzelfde dik pak zand) deel uit van het grote “Kolenwoud” dat nog in de tijd van de Romeinen een bijna onoverkomelijke hinderpaal was.
Toen de Franken hier voor de definitieve landbouwontsluiting zorgden, trokken ze om dat Kolenwoud heen en keerden dan terug door het Pajottenland. Vanaf dan begon dan de geleidelijke kolonisatie van het gebied tussen Zenne en Zoniën, vanuit het Pajottenland, heel de Middeleeuwen door. Pas met de bescherming van het Zoniënwoud kwam deze ontwikkeling tot stilstand.

De zandwinning
Het zand van Essenbeek ligt mede aan de basis van de stadswording van Halle, want toen het er op aankwam de stad te voorzien van een omwalling, schonk de graaf de heiden van Essenbeek aan de burgers van Halle op voorwaarde dat ze er hun wallen zouden mee bouwen.
De huidige helling achterin onze tuin is nog veel steiler dan ze van nature al was door de meer recente zandwinningen, die nog gebeurden in een tijd dat er nog geen reglementen waren die een minimale helling voorschreven en een minimale afstand tot de perceelsgrens. Deze helling moet daarom met bodembedekkers beschermd worden om verdere erosie te voorkomen. En toch is dertig jaar na aanleg het paadje aan de voet van de helling stilaan schuin komen te liggen, wat er op wijst dat die berg zand nog altijd een beetje in beweging is. Ook de kromming van de voet van een aantal stammen wijst hierop.

 

 

 

 

 

10:59 Gepost door Els in Het talud | Permalink | Commentaren (0) | Tags: talud, zandgroeve |  Facebook |

27-01-08

Onder de kastanje

 

De Zavelput 09_TVL9590 copy

Onder de kastanjelaar ligt nog een gemengde border, aangeplant in maart 2000 na het kappen van een jonge paardenkastanje die te dicht naast zijn broertje stond. In het midden staat de roos ‘Rush’ van Louis Lens, vooraan is ‘Bonica’ te vinden, terwijl vroeg in juni ook de eenmaal bloeiende ‘Constance Spry’ van David Austin met gulle hand haar mooie bloemen over haar slordig alle kanten uitgroeiende takken strooit. Het is hier tuinieren tussen de wortels van de kastanje; de planten die hier staan mogen dus niet al te dorstig zijn. De border ligt iets hellend, en vooral het bovenste deel is erg droog. Daar voelen alleen Geranium macrorrhizum en Fragaria ‘Pink Panda’ zich prettig. Het onderste deel is veel vochtiger, daar hebben we dus wat meer keuze. Naargelang hun vochtbehoefte groeien er o.a.irissen, Calamintha, sedums, geraniums , de mooie Campanula persicifolia ‘Hidcote Amethyst’ en Dictamnus albus, die i.t.t. wat ‘albus’ laat vermoeden niet wit is maar paars/roze. (De witte variant is D.a. ‘Albiflorus’). Langs de rand van het gazon zijn Houttuynia cordata ‘Chameleon’ en Stachys lanata elkaar in de haren gevlogen. Opzij van de border loopt een grindpad, waarlangs een mooie Clematis groeit . Het is een Cl. viticella, maar welke? Ik meen me te herinneren dat er destijds op het kaartje niet meer stond dan Clematis viticella, en dat het dus de echte soort zou zijn. Bezoekers/clematiskenners betwijfelen dat echter. Hij zaait zich uit, maar de zaailingen hebben nog niet gebloeid; misschien brengen die klaarheid. Blad en stengels zijn bruin-paars, de bloem is een blauw hangend klokje.Cl. viticella copy

21-10-07

De gele border

 

Gele border 2  copy

 
 
Opzij van het huis ligt een gele border, gedeeltelijk tegen de zuidmuur van het huis, gedeeltelijk tegen een groep heesters en bomen die dit stuk tuin afschermen van de oprit. Er bestaan veel  vaste planten met gele bloemen. In tegenstelling tot de verschillende roodtinten  combineren de gelen onderling meestal heel goed. Behalve de tint kan ook  de bloemvorm heel verschillend zijn: de verticale lijnen van Sisyrinchium, Ligularia, Phlomis of Lysimachia, de horizontale van Achillea en Anthemis, naast de luchtige wolken van de hoge Thalictrum en de lage Alchemilla mollis. Zoals in alle borders is ook hier gezocht naar planten met mooi blad, dat het hele seizoen goed blijft. Met name Lysimachia ciliata ‘Firecracker’ is in dat opzicht een dankbare plant: in de lente komt hij op met donkerbruine rozetten en groeit snel uit tot 80 à 100 cm hoogte; dan verschijnen de zachtgele bloemen. Die zien er uit als die van de bekende puntwederik, Lysimachia punctata, maar de kleur is zachtgeel, en de bloemen staan meer verspreid. De plant bloeit maanden, en tegen het begin van de herfst komen er kleine roodaanlopende zaaddoosjes. Hij houdt van een vochtvasthoudende bodem en breidt zich daar via uitlopers sterk uit. Samen met Alchemilla en Coreopsis verticillata die beide een paar keer terug komen, zijn de Lysimachia’s de sterkhouders van de border. Ik heb hier en daar ook wat wit in de border gebruikt, wat een fris effect geeft. Het komt van Anaphalis margaritacea, Hosta plantaginea, die laat in de zomer geurt als een lelie, en van  een phlox. Een andere gewaardeerde plant is Sedum   alboroseum ‘Mediovariegatum’. Sedums zijn met hun dikke blad en lang groen blijvende bloem altijd dankbare planten om voor vormcontrast met andere vaste planten te zorgen. De bloem kun je er desgewenst uitknippen als de kleur niet harmonieert met de rest. Er staan ook een paar hemerocallissen; de ranke H. lilioasphodelus bloeit vroeg, heeft kleine elegante bloemen en ruikt heerlijk, H. ‘Happy Returns’ herbloeit in augustus/ september en een gekregen Amerikaanse cultivar heeft mooi gegolfde bloemranden. Ook de slakken weten hem te waarderen.

 



Er staan ook enkele rozen in deze border: R. ‘Graham Thomas’ (rechts boven) en ‘Golden Celebration’ (boven, midden) van Austin, ‘Pimprenelle’ (links boven) van het Franse huis Delbard met goudgele bloemen die later lichtgeel worden en mooie meeldraden; de bloemen zijn meestal enkel, maar hebben soms een dubbele rij bloemblaadjes. En dan staat er ook nog ‘Chinatown’. Die laatste heb ik in pot gekocht; het was een klein onooglijk struikje, maar de teler verzekerde mij dat het gauw een grote forse struik zou worden van 2x2 meter . Niet dus. Na 8 jaar is het nog steeds een miezerig struikje, dat met moeite enkele bloemen (geen tien) produceert. Maar het zijn wel heel mooie bloemen.. .Het staat er dus nog altijd. ‘Golden Celebration’ kwam hier per ongeluk; geleverd als één van drie bestelde ‘Geoff Hamilton’ s. Kan gebeuren. Het is een mooie gevulde roos met een sterke geur, die prima in een vaste plantenborder past: nieuwe takken groeien nogal oncontroleerbaar alle kanten op, wat resulteert in rozen die her en der tussen de buurplanten opduiken.

Voor herfstbloei zorgen o.a. Helianthus ‘Lemon Queen’ en Clematis ‘Bill Mckenzie’. Die laatste groeit door een Philadelpus en versiert die met groene ballonnetjes, vrolijke bloemen en tenslotte, tot diep in de winter, met glanzende zaad”dozen”.

Tussen de planten staan narcissen en tulpen voor het voorjaar.

 

17:32 Gepost door Els in De gele border | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vaste plant, roos, clematis, austin |  Facebook |

16-10-07

De punt

 

allerlei 2 004 copy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stevig verankerd tegen het terras ligt  een driehoekig bloemen(schier)eiland, uitlopend op een stompe punt,  gewoonlijk “de punt” genoemd. Het is een border van een meter of acht lang en tussen de drie meter en 75 cm breed, die op een kleine helling ligt en daardoor behoorlijk gedraineerd is.
Dàt en het feit dat hij van 10 uur ’s morgens tot in de late namiddag in de zon ligt, maakt deze border geschikt voor planten die liever wat droger staan, zeker in de winter. Er staan hier dan ook veel grijsbladige planten, gecombineerd met blauw en hier en daar wat geel, dat komt van het blad van Tradescantia ‘Sweet Kate’, van de overal te gebruiken Alchemilla mollis of van de Meilland-roos  ‘Marco Polo’.

Voor het blauw zorgen eerst Camassia leichtlinii ,Viola sororia ‘Freckles’ (die blauwe sproetjes heeft op verder witte bloemblaadjes en zich enorm uitzaait) en Baptisia australis, gevolgd door Nepeta f. ‘Six Hills Giant’, een onvermoeibare bloeier die tot september doorbloeit, al dan niet afgeknipt na de eerste bloei. Als je dat wel doet, begint de plant gewoon opnieuw fris blad en bloem te maken. Doe je het niet, dan valt de plant open en komen er vanuit het hart  óók nieuwe scheuten, terwijl de opengevallen takjes bloeien op jonge zijscheuten. Voor elk wat wils dus. Samen met de Nepeta bloeien Galega orientalis, Tradescantia’s en Geranium 'Brookside’, ‘Orion’ en ‘Rosanne’. Die laatste blijft maar doorbloeien tot half september, waarbij ze in de naburige planten klimt. Kort daarop verschijnt ook Veronica longifolia ‘Blauriesin’ met haar mooie donkerblauwe pijlen. Helaas breidt ze zich hier niet uit, in tegendeel, ik moet regelmatig wat bijplanten. Hetzelfde geldt voor Aster frikartii ‘Mönch’. Tegen eind augustus geven Caryopteris ‘Grand Blue’, Clematis heracleifolia ‘New Love’ (onderaan, midden), de zeer hoge (2m) maar niet snel omwaaiende Salvia uliginosa ‘African Skies’  (onderaan, links) en de mooie Salvia patens kleur aan de border. Deze laatste is bij ons niet betrouwbaar winterhard, dus zaai ik hem ieder jaar in februari. De laatste jaren komt hij echter steeds terug. Samen met Ceratostigma plumbaginoides (midden, tweede van onder) en Aconitum carmichaeli zorgen deze vier voor blauw tot het vriest.

11-10-07

De banaan

 

banaan, lente
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het pad dat tussen de dubbele border doorloopt, komt uit op een rond grindterras onder een Juglans nigra, de Amerikaanse (of zwarte) notelaar. Dat is een heel prettige schaduwboom. Bij tropische dagen, als het ook onder een zonnescherm nog veel te warm is, zitten we hier merkbaar frisser. Het bladerdek is niet helemaal gesloten en laat voldoende licht door. De zon komt hier alleen ‘s avonds laat, en dan nog alleen in juni en juli. Het is ook plezierig om de tuin vanuit een andere hoek te bekijken. We zitten hier vlak bij “de banaan”, onze schaduwborder, die zijn naam aan zijn vorm te danken heeft. In dit perk komt praktisch nooit direct zonlicht als de bomen eenmaal in blad staan, maar anderzijds is de schaduw ook vrij licht omdat het voornamelijk berken zijn die het zonlicht filteren. Heel wat planten groeien en bloeien  hier prima, op voorwaarde dat ze voldoende vocht krijgen. Dat is wel eens een probleem, omdat de berken met hun uitgebreide wortelgestel zich eerst bedienen. 
De banaan is in mei en juni op zijn mooist, als het jonge blad van hosta’s, Tiarella cordifolia, Salomonszegel en dergelijke nog niet (te veel) te lijden hebben gehad van grote hitte of een slakkenplaag. Bij de hogere planten vind ik het jonge, bewasemde blad van Kirengeshoma  erg mooi, en blad én pluimen van de gewone geitenbaard, juist voor de bloemen helemaal open gaan. Er staat ook vingerhoedskruid, en sinds jaar en dag ook een flinke pol Campanula lactiflora, ooit uit zaad opgekweekt. De ranke Thalictrum rochebrunianum zorgt maandenlang voor slanke donkerpaarse stengels met lichtpaarse bloemetjes die mooie meeldraden hebben. Geranium nodosum met zijn mooie glanzende blad zorgt lager bij de grond voor lichtpaars, de hele zomer lang, en eind september verschijnt dan Aster ageratoides ‘Asran’, samen met late akonieten.  

Natuurlijk telt de border ook enkele hydrangea’s, wat dacht u. De eerste Hydr. ‘Veitchii’ die ik ooit had, werd hier een enorme struik, maar ging daarna dood. Gelukkig had ik het jaar daarvoor stekken genomen, zodat ik op een andere plaats opnieuw kon beginnen. Een paar jaar geleden heb ik een stek daarvan weer op de plaats van de eerste teruggeplant, maar waarschijnlijk is het wortelgestel van de berken ondertussen verder naar voren gekomen, onder de banaan, want ‘Veitchii’ doet het daar niet goed. H. ‘Izu no Hana’ wil wél, en de mooie kleur paars-roze bevalt me zeer. H. aspera sargentiana met zijn grote fluwelen blad is een mooie bladplant, maar vraagt wel tijdig een gieter water.

 

Achter en opzij van de schaduwborder groeien vele narcissen in groepjes in het gras. In maart is het een idyllisch zicht. De opgroeiende planten van de banaan verstoppen daarna hun afstervend loof. Tot juni slalommen we er met de grasmachine tussendoor, pas dan wordt alles afgereden.

 

 

15:59 Gepost door Els in De banaan | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hydrangea, vaste planten, schaduwtuin |  Facebook |

10-10-07

De dubbele border

 

P1010008 copy

 

 

Vanuit de witte tuin kun je (minstens) twee kanten op: via de houten trapjes naar het hoger gelegen gazon, om van daaruit de grote dubbele border te bekijken, of het pad  -dat dwars door de border loopt- verder volgen naar het terrasje onder de notelaar, om vandaar het grasveld op te draaien. De overheersende kleuren zijn hier paars, blauw, violet en roze, met wat grijs en wit. Het is de oudste border van de tuin, aangelegd in 1993. Ik had de paarse border in Sissinghurst gezien, en de grote border bij Mevrouw van Bennekom in Veere: prachtig allebei, van kleur en vorm, m.i. bestaan er geen mooiere. Maar onze border krijgt pas ‘s middags zon, en in de schaduw oogt donkerpaars gauw…donker. Meer roze was dus nodig, en grijs, maar merkwaardig genoeg wil een plant als Artemisia ludoviciana die elders in de tuin woekert, het hier niet doen. Ik wilde persé een vasteplantenborder: die ademt een bepaalde sfeer uit die verstoord wordt door heesters. Vind ik. Na meer dan 10 jaar verplanten, herschikken, proberen en corrigeren  begin ik tevreden te zijn met wat het geworden is. Meestal. Ondertussen  is er één roos in geslopen, ‘Gertrude Yekill', en eigenlijk vraag ik me ieder jaar af of ik die er niet beter uit zou gooien: te zwaar en te stijfjes. Ik ben wel tevreden met de clematissen die voor hoogte zorgen: tegen de achtergrond van het meters hoge talud mag dat wel. En de laatste twee jaar (waarin de belangrijkste tuinvraag was: waar vind ik nog een plaatsje voor een hydrangea) heb ik ook een aantal hydrangea’s aangeplant: die zie je alleen als je over het pad loopt; vanop het terras  en het gazon zijn ze niet zichtbaar. En hoe dan ook vind ik de lacecaps en voorral de serrata’s prima passen in een vasteplantenborder.

  

 
 

In de vroege zomer is de border mooi omdat iedere plant dan nog op de hem toegemeten ruimte staat, en bepaalde effecten die ik wil bereiken met vorm en kleur ook inderdaad zo overkomen. Later, als het eens flink gestormd heeft of planten als geraniums zich nonchalant door hun buren heen hebben gewerkt, overheerst een indruk van rijkdom en overvloed.  Door zijn ligging tegen het talud aan, krijgt de border pas na de middag zonlicht. Daardoor reiken de bloemen allemaal naar vóór. Het is dus nodig voldoende te steunen. Een ander probleem is fotograferen: mét zon is het contrast met het donkere talud groot, zonder zon zijn sommige hoeken te donker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder een hoek van de border midden zomer, half september en half oktober. In het najaar harmoniëren asters, akonieten en persicaria’s mooi met het verkleurende blad van de bomen op de achtergrond.

        

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 De border blijft nog even staan, tot nachtvorst de meeste planten veranderd heeft in een zwarte brij. Dan haal ik de resten weg en breng een laag compost aan. Ik denk dat rot materiaal geen enkele winterbescherming biedt, en het “feeërieke uitzicht “ na nachtvorst of ijzel heb je ook maar één keer. Bovendien kan blad met meeldauw (asters, monarda’s) dat te lang op de plant blijft staan het vroeg uitlopende nieuwe blad aantasten. Weg ermee dus, na die eerste vorst. Een lekker ouderwets opgeruimde border voorzien van een laag compost is ook mooi!

17:00 Gepost door Els in De dubbele border | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vaste planten |  Facebook |

06-10-07

De witte tuin

wit juffertje

Een kleine taxushaag en een pergola begroeid met Rosa ‘New Dawn’ en Aktinidia kolomikta vormen de ingang naar de achtertuin. We komen eerst langs de kleine serre in de witte tuin, die op zijn diepste punt ruim een meter lager ligt dan de rest.  
   De drie delen rond het cirkelvormige pleintje dateren van 1998 en bevatten een mengeling van vaste planten, heesters  en eenjarigen. Onder de pot in het midden bevindt zich de voet van de droogmolen: op wasdagen wappert daar de was.

 

bankje perk - 11-05-02    copy
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De border met het bankje werd ingeplant in de lente van 1996. We hadden hier in 1978  “bosgoed” geplant: vingerdikke (haag)beuken en een linde. Later hebben we die wat uitgedund, en bodembedekkers en wat vaste planten aangeplant, overwegend groenblijvers voor een aantrekkelijk winterbeeld. Rosa filipes ‘Kiftsgate’ slingert zich omhoog in een van de beuken. Geen ideale standplaats, en de plant geeft dan ook niet de overdaad aan bloemen die je elders ziet, maar het geheel is toch nog bevredigend. Verder staan er enkele hydrangea’s (natuurlijk), nl. H. arborescens ‘Annabelle’ en de macrophyllacultivars  ‘Lanarth White’, de oude ‘Veitchii’ en de recente ‘Hanabi’, alle drie met platte bloemschermen. ‘Hanabi’ heeft dubbele randbloemen. ‘Veitchii’ is een prachtplant, vroeg bloeiend met veel blauwe fertiele bloemen in het midden en spierwitte randbloemen. Tijdens de Open Dagen eind juni bloeit hij altijd volop en veel bezoekers vragen naar de naam. Ik heb de indruk dat hij in de handel een beetje in de verdrukking gekomen is van nieuwere witte lacecaps, maar geheel ten onrechte. De ‘Lanarth White’ is een stek van de groep die in een grote bloembak tussen terras en tuin staat: de plant staat daar in volle zon, en is een van de weinige hydrangea’s die daar geen problemen mee heeft, mits een gieter water op zijn tijd.
Ook in de witte tuin staan enkele rozen, nl. 'Schneewittchen', 'Margaret Merill' en de mooie 'Princess of Wales' (  foto hier onder). Ik vind het plezierig om de gekunstelde vorm van rozen te combineren met nonchalante, bijna onkruidachtige planten zoals het moederkruid of de hoge Persicaria polymorpha, hier met R. 'Schneewittchen'.
 Sanguisorba tenuifolia var. alba zorgt lange tijd voor hoogte en vorm in de border, een rol die de eenjarige witte Cleome daarna met zwier overneemt; de lage Cosmos ‘Sonata’ zaai ik ieder jaar weer: die zorgt maandenlang voor een horizontaal vlak  in de tuin, en het gele hartje geeft wat punch aan het vele wit. Phloxen -zonder-naam geven de hele zomer door bloemen én een heerlijke geur. Ik knip half mei de helft van de stengels zo’n 20 cm terug. De andere helft bloeit vanaf juni, en de teruggeknipte vertakken zich en geven kleinere bloemtrossen als de eerste ongeveer uitgebloeid zijn. Die knip ik dan op hun beurt terug, waarna ook zij kleinere bloemen geven op nieuwe zijtakjes. Zo heb je bloemen tot ver in september. Dan neemt Anemone ‘Honorine Jobert’  het roer in handen, samen met Sedum ‘Frosty Morn’, de mooie Aster cordifolius ‘Silver Spray’ (die al vanaf augustus bloeit), herbloeiende rozen, Astrantia ‘Shaggy’ en hoge Nicotiana sylvestris die zo lekker ruikt. Helaas is dat een delicatesse voor slakken: dit jaar heb ik er tien uitgeplant, en niet één heeft het overleefd! Ik verspeen er altijd dubbel zoveel als ik nodig heb, de helft voor de slakken en de helft voor mij, maar dit jaar hebben ze alles opgegeten. 

 


 

30-09-07

Verkleuring bij hydrangea's

 

Homigoverkl


In de herfst is de verkleuring van bloem en blad  bij hydrangea's een extra bonus. De meeste serrata’s bloeien niet zo lang als de hortensia’s met bolvormige bloemen. Dat komt mede omdat de schermbloemigen na de bloei van de randbloemen die de insecten naar de plant gelokt hebben, hun energie gaan steken in de zaadvorming van de kleine vruchtbare bloemen in het midden. De lokbloemen draaien dan om en beginnen van kleur te veranderen. Dat gebeurt, afhankelijk van de bloeiperiode, al in volle zomer, zodat in de herfst de lokbloemen vaak al verschrompeld zijn. Daar staat tegenover dat het  blad van serrata’s vaak wel heel mooi rood verkleurt, terwijl sommige, zoals H.serrata ‘Blue Bird’, nog vrij veel nieuwe bloemen geven. Bij de macrophylla’s, vooral die met bolvormige bloem maar ook bij de lacecaps, zie je soms prachtige verkleuringen, en hoe blauwer de bloem was, hoe donkerder bordeauxrood de herfstkleur. Roze of mauve bloemen worden eerder steenrood. Ik vind ook de groen-grijze kleur van ‘Blaumeise’ heel mooi (hieronder links boven), en het lichte groen van bijvoorbeeld ‘Otaksa’ (rechts).Verder, steeds van links naar rechts: 'Ayesha' en 'Veitchii', 'Kluis Superba' en 'Admiration', 'Homigo' en 'Blue Bird'.
De variëteiten ‘Homigo’ en ‘Hopaline’ waarvan de veredelaar de verkleuring sterk in de verf zet, zijn bij mij  eind september alleen nog maar aan de rand van de bloem rood aan het worden. Ze vertonen geen tekenen van verdroging of verrotting, hoeveel het ook regent. De bloemen staan in enorme koepelvormige schermen; bij 'Homigo' zijn ze groot en hebben een getande rand terwijl de individuele bloemetjes van 'Hopaline'  veel kleiner zijn. Ze zijn heel mooi als ze nog kleur hebben, en ook als ze daarna groenig worden. Hun zusje ‘Hobergine’ lost de verwachtingen niet in: de kleur is bij ons in de tuin een dof donkerroze, zonder een spoor van aubergine, ondanks toediening van aluminiumsulfaat vorig jaar september en dit voorjaar. De bloem is ook niet interessant van vorm, en ik heb evenmin iets gezien van mooie najaarsverkleuring. Maar hydrangea’s hebben de naam een paar jaar te moeten staan voor je de kleur kunt beoordelen, dus vooralsnog krijgt ze het voordeel van de twijfel. Je hoort wel eens zeggen dat de leden van deze serie minder winterhard zouden zijn. Benieuwd hoe ze zich gedragen als het nog eens stevig zou vriezen.


 

'Hopaline', eerste fase

 

'Hopaline', tweede fase

 

 

 

 

 

'Hopaline', derde fase

27-09-07

De Hydrangea's

 Love you kiss

Links van het huis komen we bij een tuingedeelte dat als overgang tussen voor- en achtertuin aanvankelijk heel sober werd gehouden, met enkele bomen en klimop als bodembedekker. De ligging aan de noordkant van het huis is echter zeer geschikt voor hydrangea’s. We hebben er weliswaar een tiental staan aan de voorzijde van het huis, op het westen, maar in volle zomer krijgen die toch nog (te) veel zon, met verschroeien van de bloemen tot gevolg. In de lente van 2005  hebben we daarom aan de noordkant een  groepje H.m. ‘Blaumeise’ aangeplant, samen met een H. macr. ‘Mariesii Grandiflora’ (‘White Wave’). Ik wilde graag blauwe lacecaps en ‘Blaumeise’ heeft de naam gemakkelijk te blauwen, wat ook zo bleek te zijn. Maar van hydrangea’s krijg ik nooit genoeg, en als je eenmaal geinteresseerd raakt, zie je zoveel moois dat je óók zou willen hebben … De groep werd dan ook vrij snel uitgebreid met een aantal andere cultivars, zowel van de alleroudste, zoals ‘Otaksa’ (links onder) als zeer recente zoals ‘Hopaline’  (links boven) of ‘Lady Fujiyo (midden rechts). Rechts boven staat 'Lilacina' en rechtsonder 'Blaumeise'.

 



‘Otaksa’ is voor mij zo aantrekkelijk vanwege zijn delicate kleur, zowel wanneer hij roze is als wanneer hij meer naar het blauwe gaat. Bovendien raken de bloemblaadjes elkaar vrijwel niet, wat de bol iets luchtigs geeft. Datzelfde zie je ook bij  ‘Lilacina’ (boven rechts) maar daar is  het vooral het witte hartje dat ik hartveroverend vind (maar dat verdwijnt als de bloem ouder wordt) samen met de fel ingesneden randen van de bloemblaadjes. ‘Otaksa’ is een van de eerste hydrangea’s die vanuit Japan in Europa werden ingevoerd, in dit geval door Philipp von Siebold in 1830. Hij noemde de plant naar een jongedame, tenminste… Het meisje in kwestie heette Taki Kusumoto. In die tijd was het gebruikelijk als je een dame voorstelde, de naam vooraf te laten gaan door “O”, wat “de edele, de geachte” betekent, en te laten volgen door “San”: mevrouw. “O Taki San” dus. Maar Von Siebold had verstaan “Otaksa” en dat werd dan ook de naam van de plant. (Corinne Mallet, Hortensias et autres Hydrangea, Volume 2). Alleen al om het verhaal zou je de plant kopen. 

Wat ik ook boeiend vind is het grote verschil tussen de bloemblaadjes van de steriele bloemen: groot of klein, enkel of dubbel, getand of glad, drie, vier of vijf per bloem. Hier zien we onderaan vlnr op de onderste rij bloemetjes van ‘Cassiopée’, ‘Nadeshiko’, ‘Tovelit’, ‘Kardinal’ en ‘Blaumeise’. In het midden: ‘Love You Kiss’, die ook op de grote foto hierboven staat, ‘Zeizig’ en ‘Lilacina’ terwijl helemaal bovenaan twee bloemetjes van ‘Mariesii Parfecta’, ook bekend als ‘Blue Wave’, pronken. De bloemen van H. m. 'Brympton Mauve' bedekken bijna de hele handpalm!

Ondertussen was ik lid geworden van de vrienden van Shamrock, de hydrangeacollectie van Corinne en Robert Mallet in Varengeville (Fr), en kreeg na een bezoek steeds enkele stekken mee. Zo zijn een aantal minder gebruikelijke cultivars in de tuin terecht gekomen, zoals de fors groeiende ‘Nadeshiko’. Een ongelooflijk mooie plant, met helder witte, sterk getande bloemblaadjes en prachtig donkerblauwe fertiele bloemen in grote schermen. Ik heb de stek in augustus 2004 gekregen, en in de lente van 2006 in de tuin geplant. Datzelfde jaar hadden we zeker een tiental bloemen. Dit jaar waren de fertiele bloemen echter roze, en ook de witte lokbloemen kregen een roze tint. Onze grond is lichtjes zuur, dus toediening van aluminiumsulfaat  begin september, en nog eens in maart) zou moeten helpen.

In totaal staan er in de tuin ruim 70 hydrangea's waarvan meer dan 50 verschillende. 



  


26-09-07

De rode border

rodeborder copy
Het pleintje voor de garage wordt afgesloten met een border in warme kleuren: rood, geel en een toets oranje. Een zuiver rode border oogt naar mijn smaak te somber, dus zit er ook hier en daar wat geel in, vooral in volle zomer. Donkerbruin blad (o.a. van de Pruikenboom, canna’s en de Dahlia ‘Bisshop of Llandaff) herhaalt de kleur rood op een meer bescheiden wijze, terwijl het grijze blad van Macleya , samen met het groene blad van de andere planten, juist voor een contrast zorgt . Dianthus barbatus ‘Nigricans’ en Potentilla  ‘Gibson’s Scarlet’ zijn de eersten die in de vroege zomer hun bloemen openen, gevolgd door een ouderwetse hemerocallis zonder naam die ik ooit gekregen heb, en twee rozen, ‘Eye Opener’ en ‘Ville d’ Ettelbrouck’. De eerste heeft kleine enkele bloemen met gouden meeldraden. Beide rozen verkleuren niet naar rozerood als de bloemen verouderen en gaan dus niet vloeken met oranjerode tinten om hen heen, zoals die van de mooie Crocosmia ‘Lucifer’. Vanaf juli zetten dan hoge lobelia’s, dahlia’s en canna’s dit hoekje in vuur en vlam. Wie ’s morgens de garagepoort opent, krijgt meteen een energie-injectie. Tot diep in de herfst blijft de border zorgen voor kleur: zo wordt het blad van een Viburnum plicatum diep donkerrood, terwijl hij voor de tweede keer bloeit. De verdroogde bloemschermen van de eerste bloei worden rood/geel. De dahlia,  canna’s, een nog jonge Sedum ‘Red Cauli’ en Panicum virgatum ‘Rehbraun’ zorgen  tot aan de eerste vorst voor “rood”, samen met een vaste Fuchsia ‘Ricartonii’  (of F. magellanica ?) die dertig jaar geleden meekwam uit de tuin van mijn moeder.

   

 

12:44 Gepost door Els in Rood, rood en rood | Permalink | Commentaren (0) | Tags: vaste plant, rozen |  Facebook |

25-09-07

De voortuin

 

De voortuin

 

Als je aan het einde van de grindweg links indraait, zie je links en rechts  gemengde borders met heesters en vaste planten. Enkele jaren geleden  deed  een  flinke storm een grote boom van de buren in onze tuin belanden. Hij sleurde een aantal heesters in zijn ondergang mee.Toen alles was opgeruimd bleef er een leegte over, maar ook genoeg licht om aan klimrozen te durven denken.  Langs de rand staan najaarsbloeiers: asters, sedums, fuchsia’s en grassen, terwijl stekken van buxus langzaam uitgroeien tot vierkante blokken die in de winter voor wat vorm moeten zorgen. De primula’s die ik hier jaren geleden, na gedane dienst in huis, heb uitgeplant, zorgen in het voorjaar voor kleur. Tegen het huis aan bloeien de azalea’s. Tussen de struiken is hier en daar een doorzicht naar de achtertuin.

 

 

 

 

 

 

 

Langs de toegang tot de voordeur hebben enkele hydrangea’s een plaatsje gevonden. Van januari tot april groeien er tussen hun kale takken Helleboris orientalis-hybriden, die in februari/maart het gezelschap krijgen van krokussen.

 


 

           
 
 
 
 
 
Eind september ziet dat er dan zo uit:
                                         

21:10 Gepost door Els in De voortuin | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hydrangea, grassen |  Facebook |

17-09-07

Andere rozen

13
Behalve moschata's en Austinrozen staan er in de rozenborder nog een aantal andere. 'Cardinal de Richelieu' bijvoorbeeld. Deze gallicaroos is rond 1840 ontwikkeld door Louis Parmentier uit Edingen, hier in vogelvlucht slechts 20 km vandaan.  Alleen dat is al een reden om hem in de tuin te willen: echt een produkt van eigen bodem. Het is bovendien een roos met een speciale, dieppaarse kleur. Hij bloeit maar één keer, maar de goed doorbloeiende moschatahybriden die er naast staan zorgen er voor dat dat nauwelijks opvalt. 'Pierre de Ronsard' (boven) is dan weer een moderne roos. Prachtige knoppen ontwikkelen zich tot dikke, dikke rozen. Regenweer is natuurlijk funest voor dit soort bloemen, maar in een niet te slechte zomer zijn ze prachtig. Er bestaat ook een klimmende variant. Beide zijn ook onder de naam 'Edenroos 88' op de markt.
Natuurlijk ontbreekt ook Louis Lens' 'Rush' (linksboven) niet: altijd bloemen, nooit problemen. Het feest begint al als de kleine donkerrode knoppen verschijnen. Ik heb ook een zwak voor 'Louis' Double Rush' (rechts): mooi rood blad en dubbele bloemen die mooi naast elkaar aan de takken zitten: je hoeft er dus niet ééntje van te missen. 'Sharon's Love', ook van Lens(linksonder), strijdt met 'Sally Holmes' om de titel van "mijn favoriete roos". Het zijn de prachtige meeldraden  van beide rozen die me zo aanspreken.  'Sharon's Love' heeft die waarschijnlijk geërfd van haar "vader", de roos 'Maria Mathilda'. In mijn tuin in 'Sharon's Love' jammer genoeg maar een zwakke groeier. De foto ernaast is 'Cardinal de Richelieu'.

 

17:33 Gepost door Els in Rozen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rozen |  Facebook |

07-09-07

De mooiste roos

Sally Holmes 1

Als ik maar één roos in de tuin zou mogen hebben, dan zou de keuze vermoedelijk vallen op 'Sally Holmes'. Bij ons is het een struik van ruim een meter breed en hoog, met gezond blad. Hoewel er na de eerste, overvloedige bloei regelmatig nieuwe bloemen verschijnen, is er toch een tweede algehele herbloei tegen het einde van augustus. De  enkele, witte bloemen staan in grote trossen en hebben goudgele meeldraden. De knoppen zijn zalmroze, en perfect gevormd. Een ontroerend mooie roos, om stil van te worden...

Sally Holmes

10:20 Gepost door Els in Rozen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rozen, sally holmes |  Facebook |

04-09-07

De Austin-rozen

bloemvorm A. Darby

Tussen de moschatahybriden staat een aantal rozen van David Austin. 'Mary Rose', bijvoorbeeld, en 'Redouté', 'Geoff Hamilton' en de oudere 'Chianti'. Die laatste bloeit maar één keer, maar de bloemen hebben zo'n intens wijnrode kleur dat ik dat voor lief neem. Spijtig genoeg is deze roos bij ons gevoelig voor sterroetdauw.  De absolute topper is evenwel 'Abraham Darby' (zie foto hierboven, gemaakt door mijn nichtje Jane) met magnifieke bloemen in een warme oranjeroze tint en een intense geur. Hoewel de plant gevoelig is voor roest, lijdt ie er niet echt onder. Op andere plaatsen in de tuin staan nog meer Austinrozen, en over het algemeen doen ze het hier goed. De grote foto hieronder is 'Geoff Hamilton', rijk bloeiend (mits goed gevoed) en heerlijk ruikend.(grote foto; daaronder nog twee thumbnails, Mary Rose en Redouté)

 

Geoff Hamilton                                                                                                                       De kleine foto's tonen rechts  'Mary Rose' en links 'Redouté'

16:42 Gepost door Els in Rozen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: austin, rozen |  Facebook |

02-09-07

De moschatahybriden

Francoise Drion

De moschatahybriden
Of muskushybriden, zoals de Nederlanders zeggen. Met hun sierlijke groei en hun grote trossen bloemen op elegant overhangende takken zijn het ideale heesters. Wij hebben ze langs de oprit aangeplant, met hier en daar enkele grootbloemige rozen ertussen. De meeste van de moschata's zijn van Louis Lens, zowel oudere (zoals ' Violet Hood') als 'Heavenly Pink', 'Apricot Bells' of 'Françoise Drion' uit de late jaren 90. Ik vind ze allemààl mooi, maar de witte 'Merle Blanc' met zijn mooie meeldraden en de tere roosjes van 'Heavenly Pink' zou ik niet graag missen! 'Françoise Drion' (foto hierboven) veroudert bovendien heel mooi: de bloemblaadjes verdrogen en bedekken elkaar niet meer, maar ze behouden hun kleur (bovenste foto hieronder). Ze staan bovendien in enorme trossen. 'Easy to cut' (tweede foto) is met zijn rechtopgaande groei een buitenbeentje. De bloemen staan, net als bij 'Bouquet Parfait'(derde foto),  in dichte trossen. En 'Mozart' (rechts onder) is de kampioen van het doorbloeien

16:20 Gepost door Els in Rozen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: moschatahybriden, rozen |  Facebook |

23-08-07

De rozenborder

oprit
Tussen de straat en de eigenlijke tuin ligt een 40 meter lange oprit die we delen met de buren. In de herfst van 2001 hebben we aan onze (zij)kant rozen geplant, die daar volop kunnen profiteren van zon en wind. Het zijn hoofdzakelijk moschatahybriden - meestal van Louis Lens -  aangevuld met een aantal Austinrozen en enkele "oude" cultivars. Nepeta 'Walkers Low' verbindt alles tot één geheel.

Het eerste jaar klauterden lichtblauwe siererwtjes tegen de draad achter de rozen omhoog. Het tweede jaar gaven zaailingen van Digitalis purpurea "body" aan de border.

Sindsdien zijn de rozen mans genoeg om de hen toebedeelde plaats te vullen, maar  het hier en daar  nog spontaan opkomende vingerhoedskruid  mag blijven staan. 

 

 

17:29 Gepost door Els in Rozen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-07-07

INLEIDING

WELKOM in onze tuin!

Welkom voor een virtuele rondwandeling in onze tuin! Die ontleent zijn naam aan de zandgroeve (“zavel” zeggen ze hier) die hier vroeger werd uitgebaat. Dat betekent evenwel niet dat wij op zandgrond tuinieren: de groeve werd later nl.gedeeltelijk opgevuld met zware leem van verschillende herkomst, en vervolgens verkaveld. Een steile helling, achter in de tuin, verbindt het oorspronkelijke met het huidige niveau.

De tuin is, talud inbegrepen, ongeveer 30 are groot. De helling is van nature begroeid, de overige bomen zijn aangeplant in 1979. De bloemenborders zijn beetje bij beetje aangelegd tussen 1993 en 1998. Plantenkeuze, aanleg en verzorging gebeuren door de tuineigenares, terwijl de heer des huizes instaat voor de wekelijkse maaibeurt van het gras en onmisbaar is voor het zwaardere werk: een boom rooien, de bramen op het talud onder de knie houden, de composthoop omzetten enz.

 

inleiding bankje copy

VOORGESCHIEDENIS

“We maken er allemaal bos van” zei mijn echtgenoot enthousiast. Maar ik ben een meisje uit de polders, gewend aan wijdse vergezichten en grootse wolkenluchten. Ik voel me opgesloten in een bos(je). Dus kwam er een compromis: de bomen vonden een plaatsje langs de zijkanten van het terrein en op de voet van het talud, maar de centrale ruimte bleef open. We zaaiden overal gras, en niet gehinderd door enige plantenkennis legde ik hier en daar borders aan met de tuinoverschotjes van familie en kennissen. Die familie tuiniert echter op een veel vruchtbaarder en vooral veel luchtiger bodem, en veel van de planten die bij hen floreerden, kwijnden hier weg. “Dat verbetert wel”, troostte de buurman, “als je compost gebruikt.” En zo geschiedde. Ik had in die tijd (eind jaren zeventig) nog nauwelijks van compost gehoord; in de groententuin thuis werd het overtollige groen van prei of wortelen meteen ondergespit, maar een composthoop had ik nooit gezien.

Al gauw ontdekte ik hoe ontspannend het tuinwerk was. Op een tuinreis begin jaren negentig liet de reisleider een boek rondgaan van Rosemary Verey. Daarin stond een aantal foto’s van bladcombinaties die letterlijk adembenemend waren: ik blééf er met een droge keel naar kijken. De prachtige paarse border van Sissinghurst en een dubbele border in een”gewone” privé-tuin deden de rest: eenmaal thuis bestelden we een hoeveelheid stalmest en man en zoon begonnen  een stuk gras  om te spitten van 18 x 3m, zodat de bestaande border aan de voet van het talud een dubbele border werd, met in het midden een grindpad. Zo’n pad leidt best ergens naar toe, dus maakten we aan de voet van de notelaar die min of meer in de as van het pad stond, een rond schaduwterras. Dat was in 1993. In de daarop volgende jaren was er altijd wel een nieuw project, met als (voorlopig?) einde de aanleg van een hydrangeaplantsoen aan de noordzijde van het huis in 2005 en 2006.

Daarbij heb ik altijd geprobeerd een gevoel van ruimte te creëren (of te behouden): vanuit verschillende gezichtspunten wordt het oog  zachtjes weggeleid  over het gazon, langs  en achter de border, naar weer een ander stuk gazon of  border, of naar de voet van het talud, waar de blik zich verliest in een veelheid van groen waarvan het einde niet te zien is.

 

 _MG_3615b_resizeBohez copy

 allerlei 2 006 copy

P1010074 copy

15:02 Gepost door Els in A. Inleiding | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |