06-10-07

De witte tuin

wit juffertje

Een kleine taxushaag en een pergola begroeid met Rosa ‘New Dawn’ en Aktinidia kolomikta vormen de ingang naar de achtertuin. We komen eerst langs de kleine serre in de witte tuin, die op zijn diepste punt ruim een meter lager ligt dan de rest.  
   De drie delen rond het cirkelvormige pleintje dateren van 1998 en bevatten een mengeling van vaste planten, heesters  en eenjarigen. Onder de pot in het midden bevindt zich de voet van de droogmolen: op wasdagen wappert daar de was.

 

bankje perk - 11-05-02    copy
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De border met het bankje werd ingeplant in de lente van 1996. We hadden hier in 1978  “bosgoed” geplant: vingerdikke (haag)beuken en een linde. Later hebben we die wat uitgedund, en bodembedekkers en wat vaste planten aangeplant, overwegend groenblijvers voor een aantrekkelijk winterbeeld. Rosa filipes ‘Kiftsgate’ slingert zich omhoog in een van de beuken. Geen ideale standplaats, en de plant geeft dan ook niet de overdaad aan bloemen die je elders ziet, maar het geheel is toch nog bevredigend. Verder staan er enkele hydrangea’s (natuurlijk), nl. H. arborescens ‘Annabelle’ en de macrophyllacultivars  ‘Lanarth White’, de oude ‘Veitchii’ en de recente ‘Hanabi’, alle drie met platte bloemschermen. ‘Hanabi’ heeft dubbele randbloemen. ‘Veitchii’ is een prachtplant, vroeg bloeiend met veel blauwe fertiele bloemen in het midden en spierwitte randbloemen. Tijdens de Open Dagen eind juni bloeit hij altijd volop en veel bezoekers vragen naar de naam. Ik heb de indruk dat hij in de handel een beetje in de verdrukking gekomen is van nieuwere witte lacecaps, maar geheel ten onrechte. De ‘Lanarth White’ is een stek van de groep die in een grote bloembak tussen terras en tuin staat: de plant staat daar in volle zon, en is een van de weinige hydrangea’s die daar geen problemen mee heeft, mits een gieter water op zijn tijd.
Ook in de witte tuin staan enkele rozen, nl. 'Schneewittchen', 'Margaret Merill' en de mooie 'Princess of Wales' (  foto hier onder). Ik vind het plezierig om de gekunstelde vorm van rozen te combineren met nonchalante, bijna onkruidachtige planten zoals het moederkruid of de hoge Persicaria polymorpha, hier met R. 'Schneewittchen'.
 Sanguisorba tenuifolia var. alba zorgt lange tijd voor hoogte en vorm in de border, een rol die de eenjarige witte Cleome daarna met zwier overneemt; de lage Cosmos ‘Sonata’ zaai ik ieder jaar weer: die zorgt maandenlang voor een horizontaal vlak  in de tuin, en het gele hartje geeft wat punch aan het vele wit. Phloxen -zonder-naam geven de hele zomer door bloemen én een heerlijke geur. Ik knip half mei de helft van de stengels zo’n 20 cm terug. De andere helft bloeit vanaf juni, en de teruggeknipte vertakken zich en geven kleinere bloemtrossen als de eerste ongeveer uitgebloeid zijn. Die knip ik dan op hun beurt terug, waarna ook zij kleinere bloemen geven op nieuwe zijtakjes. Zo heb je bloemen tot ver in september. Dan neemt Anemone ‘Honorine Jobert’  het roer in handen, samen met Sedum ‘Frosty Morn’, de mooie Aster cordifolius ‘Silver Spray’ (die al vanaf augustus bloeit), herbloeiende rozen, Astrantia ‘Shaggy’ en hoge Nicotiana sylvestris die zo lekker ruikt. Helaas is dat een delicatesse voor slakken: dit jaar heb ik er tien uitgeplant, en niet één heeft het overleefd! Ik verspeen er altijd dubbel zoveel als ik nodig heb, de helft voor de slakken en de helft voor mij, maar dit jaar hebben ze alles opgegeten. 

 


 

De commentaren zijn gesloten.