31-01-08

Het talud

De “Zavelput”: getuige van een lange geschiedenis.

Een geologische getuige
De dwarsdoorsnede van de Zennevallei ter hoogte van Halle laat duidelijk zien dat het landschap op de rechteroever van de Zenne gekenmerkt wordt door een dik pak (tot 40 m.) “Brusseliaans” zand, plaatselijk “zavel” genoemd, dat op de Pajottenlandse linkeroever volledig ontbreekt. Het zorgt hier voor hogere heuvelkammen en steile, beboste hellingen. Op basis van de samenstelling ervan wordt aangenomen dat dit zand afkomstig is van een oude Maasdelta, uit de tijd toen de zee nog tot hier reikte en de Maas nog niet van Namen naar Luik afgeleid werd door een grondverzakking.
De grondlagen die in die tijden werden afgezet verlopen nu nog altijd min of meer horizontaal, maar drie opeenvolgende grote IJstijden sculpteerden een sterk heuvelachtig terrein, dat vervolgens door rivierenerosie verder in detail uitgewerkt werd.
De oudste ijstijd haalde de bovenste lagen weg; resten daarvan vindt men nu nog alleen op enkele getuigeheuvels in de streek. De langgerekte heuvelkam boven onze Zavelput, bekend als het “Houtveld”, is in feite een dalbodem uit die tijd, want er bevindt zich een grindlaag onder het leemoppervlak waarvan de keien in de typische positie liggen van rivierbodems. Wat toen het laagste punt was is nu het hoogste punt geworden, precies omdat die grindlaag hier de bodem voor verdere uitschuring behoedde.
De volgende ijstijd schuurde de Zennevallei verder uit tot de hoogte boven St.-Rochus (“Ring”, aan de afrit van de autosnelweg), en de laatste ijstijd legde de rotsen (Kambrium) bloot in het diepste Zennedal in het Halse stadscentrum.

 

 

 

 

De ontsluiting van het gebied
De steile hellingen, eigen aan een zandige ondergrond, en de dunnere leemlaag maakten dat van oudsher het zand praktisch aan de oppervlakte kwam. In prehistorische tijden was dit een erg geschikt landschap voor nomadische herdersvolken en boven op het Houtveld heeft men talrijke getuigen uit die tijd gevonden. Het was echter niet ideaal voor kolonisatie door landbouwers. Daarom maakte het hele gebied tot aan de Zenne, samen het Zoniënwoud, Heverleebos en Meerdaalwoud (allemaal bovenop datzelfde dik pak zand) deel uit van het grote “Kolenwoud” dat nog in de tijd van de Romeinen een bijna onoverkomelijke hinderpaal was.
Toen de Franken hier voor de definitieve landbouwontsluiting zorgden, trokken ze om dat Kolenwoud heen en keerden dan terug door het Pajottenland. Vanaf dan begon dan de geleidelijke kolonisatie van het gebied tussen Zenne en Zoniën, vanuit het Pajottenland, heel de Middeleeuwen door. Pas met de bescherming van het Zoniënwoud kwam deze ontwikkeling tot stilstand.

De zandwinning
Het zand van Essenbeek ligt mede aan de basis van de stadswording van Halle, want toen het er op aankwam de stad te voorzien van een omwalling, schonk de graaf de heiden van Essenbeek aan de burgers van Halle op voorwaarde dat ze er hun wallen zouden mee bouwen.
De huidige helling achterin onze tuin is nog veel steiler dan ze van nature al was door de meer recente zandwinningen, die nog gebeurden in een tijd dat er nog geen reglementen waren die een minimale helling voorschreven en een minimale afstand tot de perceelsgrens. Deze helling moet daarom met bodembedekkers beschermd worden om verdere erosie te voorkomen. En toch is dertig jaar na aanleg het paadje aan de voet van de helling stilaan schuin komen te liggen, wat er op wijst dat die berg zand nog altijd een beetje in beweging is. Ook de kromming van de voet van een aantal stammen wijst hierop.

 

 

 

 

 

10:59 Gepost door Els in Het talud | Permalink | Commentaren (0) | Tags: talud, zandgroeve |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.