31-01-08

Het talud

juni 07, Stefan Jacobs 040 copy

De tuin was vroeger een zandgroeve. Na exploitatie werd de bodem van de put  gedeeltelijk aangevuld met zware leem. Het talud  verbindt het vroegere met het huidige niveau. Boven ligt landbouwgrond, wat verder het Hallerbos. De begroeiïng is er grotendeels spontaan gekomen, we hebben enkel aan de voet wat bomen en bodembedekkers bijgeplant. Op de helling tuinieren ligt niet voor de hand. We beperken ons tot het weghalen van bramen en opdringerig onkruid, zoals kleefkruid o zevenblad.
Op kale plekken hebben we dovenetel en maagdenpalm bijgeplant, evenals diverse geraniums. Het pure zand met alleen bovenop een dun laagje humus, en de steile helling maken dat het talud ongeschikt is voor vochtminnende schaduwplanten of hydrangea’s. Een paar jaar geleden hebben we een houten bak deels ingegraven in het talud en gevuld met een humusrijk mengsel van zand, compost  en tuinaarde waaraan Terra Cottemkorrels werden toegevoegd.. Daar staan nu enkele hydrangea’s in, die bij droog weer een keer per week ruim water krijgen.
 

   
  

 
 
 
 
 
 
Van bij de composthopen leidt een “bergpad”, smal en steil, naar boven. Naarmate we hoger komen krijgen klimop en wilde planten (“Bij ons noemen ze dat onkruid”, zei een ver familielid) de overhand. Helemaal boven hangen slierten klimop soms als lianen in de bomen: een spannend decor voor kinderspelletjes. Uitrusten kan op een bankje, als de duiven je niet voor geweest zijn tenminste. Dankzij het pad krijgt men een goed beeld van een anders bijna vergeten stuk tuin en  een mooi uitzicht op  tuin en –als er geen blad aan de bomen staat- Zennevallei.

 

11:55 Gepost door Els in Het talud | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zandgroeve, talud |  Facebook |

Het talud

De “Zavelput”: getuige van een lange geschiedenis.

Een geologische getuige
De dwarsdoorsnede van de Zennevallei ter hoogte van Halle laat duidelijk zien dat het landschap op de rechteroever van de Zenne gekenmerkt wordt door een dik pak (tot 40 m.) “Brusseliaans” zand, plaatselijk “zavel” genoemd, dat op de Pajottenlandse linkeroever volledig ontbreekt. Het zorgt hier voor hogere heuvelkammen en steile, beboste hellingen. Op basis van de samenstelling ervan wordt aangenomen dat dit zand afkomstig is van een oude Maasdelta, uit de tijd toen de zee nog tot hier reikte en de Maas nog niet van Namen naar Luik afgeleid werd door een grondverzakking.
De grondlagen die in die tijden werden afgezet verlopen nu nog altijd min of meer horizontaal, maar drie opeenvolgende grote IJstijden sculpteerden een sterk heuvelachtig terrein, dat vervolgens door rivierenerosie verder in detail uitgewerkt werd.
De oudste ijstijd haalde de bovenste lagen weg; resten daarvan vindt men nu nog alleen op enkele getuigeheuvels in de streek. De langgerekte heuvelkam boven onze Zavelput, bekend als het “Houtveld”, is in feite een dalbodem uit die tijd, want er bevindt zich een grindlaag onder het leemoppervlak waarvan de keien in de typische positie liggen van rivierbodems. Wat toen het laagste punt was is nu het hoogste punt geworden, precies omdat die grindlaag hier de bodem voor verdere uitschuring behoedde.
De volgende ijstijd schuurde de Zennevallei verder uit tot de hoogte boven St.-Rochus (“Ring”, aan de afrit van de autosnelweg), en de laatste ijstijd legde de rotsen (Kambrium) bloot in het diepste Zennedal in het Halse stadscentrum.

 

 

 

 

De ontsluiting van het gebied
De steile hellingen, eigen aan een zandige ondergrond, en de dunnere leemlaag maakten dat van oudsher het zand praktisch aan de oppervlakte kwam. In prehistorische tijden was dit een erg geschikt landschap voor nomadische herdersvolken en boven op het Houtveld heeft men talrijke getuigen uit die tijd gevonden. Het was echter niet ideaal voor kolonisatie door landbouwers. Daarom maakte het hele gebied tot aan de Zenne, samen het Zoniënwoud, Heverleebos en Meerdaalwoud (allemaal bovenop datzelfde dik pak zand) deel uit van het grote “Kolenwoud” dat nog in de tijd van de Romeinen een bijna onoverkomelijke hinderpaal was.
Toen de Franken hier voor de definitieve landbouwontsluiting zorgden, trokken ze om dat Kolenwoud heen en keerden dan terug door het Pajottenland. Vanaf dan begon dan de geleidelijke kolonisatie van het gebied tussen Zenne en Zoniën, vanuit het Pajottenland, heel de Middeleeuwen door. Pas met de bescherming van het Zoniënwoud kwam deze ontwikkeling tot stilstand.

De zandwinning
Het zand van Essenbeek ligt mede aan de basis van de stadswording van Halle, want toen het er op aankwam de stad te voorzien van een omwalling, schonk de graaf de heiden van Essenbeek aan de burgers van Halle op voorwaarde dat ze er hun wallen zouden mee bouwen.
De huidige helling achterin onze tuin is nog veel steiler dan ze van nature al was door de meer recente zandwinningen, die nog gebeurden in een tijd dat er nog geen reglementen waren die een minimale helling voorschreven en een minimale afstand tot de perceelsgrens. Deze helling moet daarom met bodembedekkers beschermd worden om verdere erosie te voorkomen. En toch is dertig jaar na aanleg het paadje aan de voet van de helling stilaan schuin komen te liggen, wat er op wijst dat die berg zand nog altijd een beetje in beweging is. Ook de kromming van de voet van een aantal stammen wijst hierop.

 

 

 

 

 

10:59 Gepost door Els in Het talud | Permalink | Commentaren (0) | Tags: talud, zandgroeve |  Facebook |

27-01-08

Onder de kastanje

 

De Zavelput 09_TVL9590 copy

Onder de kastanjelaar ligt nog een gemengde border, aangeplant in maart 2000 na het kappen van een jonge paardenkastanje die te dicht naast zijn broertje stond. In het midden staat de roos ‘Rush’ van Louis Lens, vooraan is ‘Bonica’ te vinden, terwijl vroeg in juni ook de eenmaal bloeiende ‘Constance Spry’ van David Austin met gulle hand haar mooie bloemen over haar slordig alle kanten uitgroeiende takken strooit. Het is hier tuinieren tussen de wortels van de kastanje; de planten die hier staan mogen dus niet al te dorstig zijn. De border ligt iets hellend, en vooral het bovenste deel is erg droog. Daar voelen alleen Geranium macrorrhizum en Fragaria ‘Pink Panda’ zich prettig. Het onderste deel is veel vochtiger, daar hebben we dus wat meer keuze. Naargelang hun vochtbehoefte groeien er o.a.irissen, Calamintha, sedums, geraniums , de mooie Campanula persicifolia ‘Hidcote Amethyst’ en Dictamnus albus, die i.t.t. wat ‘albus’ laat vermoeden niet wit is maar paars/roze. (De witte variant is D.a. ‘Albiflorus’). Langs de rand van het gazon zijn Houttuynia cordata ‘Chameleon’ en Stachys lanata elkaar in de haren gevlogen. Opzij van de border loopt een grindpad, waarlangs een mooie Clematis groeit . Het is een Cl. viticella, maar welke? Ik meen me te herinneren dat er destijds op het kaartje niet meer stond dan Clematis viticella, en dat het dus de echte soort zou zijn. Bezoekers/clematiskenners betwijfelen dat echter. Hij zaait zich uit, maar de zaailingen hebben nog niet gebloeid; misschien brengen die klaarheid. Blad en stengels zijn bruin-paars, de bloem is een blauw hangend klokje.Cl. viticella copy