05-06-08

Een nakomertje: Salvia uliginosa

DSCN 0893-copy

 

Het mooie meiweer, met voldoende zon en op gepaste tijden regen, heeft ervoor gezorgd dat de borders in geen tijd gevuld raakten; sommige planten “zag” je bijna groeien.  Dat gold niet voor Salvia uliginosa. Dat is altijd al de laatste plant die in het voorjaar tevoorschijn komt, maar dit jaar duurde het wel érg lang. De plant, afkomstig van Uruguay en Brazilië, is bij ons niet helemaal winterhard. Hij maakt gemakkelijk uitlopers, waarvan ik in de herfst altijd een stuk afsteek en in de koude serre laat overwinteren. In volle grond dek ik hem in het late najaar af met droog blad. Dit jaar vertoonde ook het stuk in de serre geen teken van leven; hadden de koude nachten rond half april  de ontluikende plant (nog ondergronds) de das omgedaan? 
Gelukkig had ik niet zo gauw iets bij de hand ter vervanging, want vorige week, op 28 mei, staken  beide planten de kop op, terwijl Geranium ‘Orion’ ernaast zijn eerste bloemblaadjes al liet vallen.

DSCN0895 copy    s.uliginosa verkleind

 

 

 

Salvia uliginosa groeit in zon tot halfschaduw in een bodem die in de winter niet te nat mag zijn. Maar zoals gezegd: een stuk afsteken en met grond en al op een droge plek bewaren, gaat prima. De Engelse naam “Bogsage” doet vermoeden dat de plant graag vochtig  staat, maar in heel wat catalogi lees je dat hij de voorkeur zou geven aan zanderige grond. Bij ons staat de plant in met zand en compost luchtiger gemaakte leemgrond, op een kleine helling tegen winterse natte voeten. Ik plantte hem destijds vlak bij een groep riddersporen, om de leegte die deze na de bloei achterlaten, snel op te vullen. Want eenmaal aan de groei gaat het snel. De plant wordt twee meter hoog en één meter breed en heeft elegant overbuigende takken die van augustus tot oktober helderblauwe bloemetjes hebben en zich over de buurplanten heen buigen. Ondanks zijn hoogte heeft hij weinig of geen steun nodig, tenzij vroege herfststormen verwacht worden. Een paar stokken en binddraad kunnen dan uiteenwaaien voorkomen. Ze worden best zo snel mogelijk weer verwijderd om de elegantie van de plant niet te verstoren.

15:25 Gepost door Els in De punt | Permalink | Commentaren (0) | Tags: salvia uliginosa |  Facebook |

Een nakomertje: Salvia uliginosa

DSCN 0893-copy

Het mooie meiweer, met voldoende zon en op gepaste tijden regen, heeft ervoor gezorgd dat de borders in geen tijd gevuld raakten; sommige planten “zag” je bijna groeien.  Dat gold niet voor Salvia uliginosa. Dat is altijd al de laatste plant die in het voorjaar tevoorschijn komt, maar dit jaar duurde het wel érg lang. De plant, afkomstig van Uruguay en Brazilië, is bij ons niet helemaal winterhard. Hij maakt gemakkelijk uitlopers, waarvan ik in de herfst altijd een stuk afsteek en in de koude serre laat overwinteren. In volle grond dek ik hem in het late najaar af met droog blad. Dit jaar vertoonde ook het stuk in de serre geen teken van leven; hadden de koude nachten rond half april  de ontluikende plant (nog ondergronds) de das omgedaan? 

 

Gelukkig had ik niet zo gauw iets bij de hand ter vervanging, want vorige week, op 28 mei, staken  beide planten de kop op, terwijl Geranium ‘Orion’ ernaast zijn eerste bloemblaadjes al liet vallen.

Salvia uliginosa groeit in zon tot halfschaduw in een bodem die in de winter niet te nat mag zijn. Maar zoals gezegd: een stuk afsteken en met grond en al op een droge plek bewaren, gaat prima. De Engelse naam “Bogsage” doet vermoeden dat de plant graag vochtig  staat, maar in heel wat catalogi lees je dat hij de voorkeur zou geven aan zanderige grond. Bij ons staat de plant in met zand en compost luchtiger gemaakte leemgrond, op een kleine helling tegen winterse natte voeten. Ik plantte hem destijds vlak bij een groep riddersporen, om de leegte die deze na de bloei achterlaten, snel op te vullen. Want eenmaal aan de groei gaat het snel. De plant wordt twee meter hoog en één meter breed en heeft elegant overbuigende takken die van augustus tot oktober helderblauwe bloemetjes hebben en zich over de buurplanten heen buigen. Ondanks zijn hoogte heeft hij weinig of geen steun nodig, tenzij vroege herfststormen verwacht worden. Een paar stokken en binddraad kunnen dan uiteenwaaien voorkomen. Ze worden best zo snel mogelijk weer weggehaald om geen afbreuk te doen aan de elegantie van de plant.

13:00 Gepost door Els in De punt | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-10-07

De punt

 

allerlei 2 004 copy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stevig verankerd tegen het terras ligt  een driehoekig bloemen(schier)eiland, uitlopend op een stompe punt,  gewoonlijk “de punt” genoemd. Het is een border van een meter of acht lang en tussen de drie meter en 75 cm breed, die op een kleine helling ligt en daardoor behoorlijk gedraineerd is.
Dàt en het feit dat hij van 10 uur ’s morgens tot in de late namiddag in de zon ligt, maakt deze border geschikt voor planten die liever wat droger staan, zeker in de winter. Er staan hier dan ook veel grijsbladige planten, gecombineerd met blauw en hier en daar wat geel, dat komt van het blad van Tradescantia ‘Sweet Kate’, van de overal te gebruiken Alchemilla mollis of van de Meilland-roos  ‘Marco Polo’.

Voor het blauw zorgen eerst Camassia leichtlinii ,Viola sororia ‘Freckles’ (die blauwe sproetjes heeft op verder witte bloemblaadjes en zich enorm uitzaait) en Baptisia australis, gevolgd door Nepeta f. ‘Six Hills Giant’, een onvermoeibare bloeier die tot september doorbloeit, al dan niet afgeknipt na de eerste bloei. Als je dat wel doet, begint de plant gewoon opnieuw fris blad en bloem te maken. Doe je het niet, dan valt de plant open en komen er vanuit het hart  óók nieuwe scheuten, terwijl de opengevallen takjes bloeien op jonge zijscheuten. Voor elk wat wils dus. Samen met de Nepeta bloeien Galega orientalis, Tradescantia’s en Geranium 'Brookside’, ‘Orion’ en ‘Rosanne’. Die laatste blijft maar doorbloeien tot half september, waarbij ze in de naburige planten klimt. Kort daarop verschijnt ook Veronica longifolia ‘Blauriesin’ met haar mooie donkerblauwe pijlen. Helaas breidt ze zich hier niet uit, in tegendeel, ik moet regelmatig wat bijplanten. Hetzelfde geldt voor Aster frikartii ‘Mönch’. Tegen eind augustus geven Caryopteris ‘Grand Blue’, Clematis heracleifolia ‘New Love’ (onderaan, midden), de zeer hoge (2m) maar niet snel omwaaiende Salvia uliginosa ‘African Skies’  (onderaan, links) en de mooie Salvia patens kleur aan de border. Deze laatste is bij ons niet betrouwbaar winterhard, dus zaai ik hem ieder jaar in februari. De laatste jaren komt hij echter steeds terug. Samen met Ceratostigma plumbaginoides (midden, tweede van onder) en Aconitum carmichaeli zorgen deze vier voor blauw tot het vriest.