16-10-07

De punt

 

allerlei 2 004 copy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stevig verankerd tegen het terras ligt  een driehoekig bloemen(schier)eiland, uitlopend op een stompe punt,  gewoonlijk “de punt” genoemd. Het is een border van een meter of acht lang en tussen de drie meter en 75 cm breed, die op een kleine helling ligt en daardoor behoorlijk gedraineerd is.
Dàt en het feit dat hij van 10 uur ’s morgens tot in de late namiddag in de zon ligt, maakt deze border geschikt voor planten die liever wat droger staan, zeker in de winter. Er staan hier dan ook veel grijsbladige planten, gecombineerd met blauw en hier en daar wat geel, dat komt van het blad van Tradescantia ‘Sweet Kate’, van de overal te gebruiken Alchemilla mollis of van de Meilland-roos  ‘Marco Polo’.

Voor het blauw zorgen eerst Camassia leichtlinii ,Viola sororia ‘Freckles’ (die blauwe sproetjes heeft op verder witte bloemblaadjes en zich enorm uitzaait) en Baptisia australis, gevolgd door Nepeta f. ‘Six Hills Giant’, een onvermoeibare bloeier die tot september doorbloeit, al dan niet afgeknipt na de eerste bloei. Als je dat wel doet, begint de plant gewoon opnieuw fris blad en bloem te maken. Doe je het niet, dan valt de plant open en komen er vanuit het hart  óók nieuwe scheuten, terwijl de opengevallen takjes bloeien op jonge zijscheuten. Voor elk wat wils dus. Samen met de Nepeta bloeien Galega orientalis, Tradescantia’s en Geranium 'Brookside’, ‘Orion’ en ‘Rosanne’. Die laatste blijft maar doorbloeien tot half september, waarbij ze in de naburige planten klimt. Kort daarop verschijnt ook Veronica longifolia ‘Blauriesin’ met haar mooie donkerblauwe pijlen. Helaas breidt ze zich hier niet uit, in tegendeel, ik moet regelmatig wat bijplanten. Hetzelfde geldt voor Aster frikartii ‘Mönch’. Tegen eind augustus geven Caryopteris ‘Grand Blue’, Clematis heracleifolia ‘New Love’ (onderaan, midden), de zeer hoge (2m) maar niet snel omwaaiende Salvia uliginosa ‘African Skies’  (onderaan, links) en de mooie Salvia patens kleur aan de border. Deze laatste is bij ons niet betrouwbaar winterhard, dus zaai ik hem ieder jaar in februari. De laatste jaren komt hij echter steeds terug. Samen met Ceratostigma plumbaginoides (midden, tweede van onder) en Aconitum carmichaeli zorgen deze vier voor blauw tot het vriest.